In Flanders Fields

september 8, 2007

De weg naar de vrijheid loopt via de splitsing van België (cleppe.be)

Ingedeeld onder: België, Brussel, Vlaanderen, Wallonië, onafhankelijkheid, splitsing — raemdoncknicolas @ 1:11 pm

De Belgische staat rooft jaarlijks 49% van de rijkdom van haar onderdanen. Daarmee heeft België de derde hoogste belastingsdruk ter wereld, na Zweden en Denemarken. 34% van die middelen wordt echter verspild, en de voornaamste reden hiervoor is de hoge kost van de compromissen om Vlamingen en Franstaligen bijeen te houden in één staatsentiteit. En passant worden nog eens de meest vitale zaken in tijden van vergrijzing, zoals pensioenen en sociale zekerheidsuitkeringen, verwaarloosd, door gelden hiervoor bedoeld door deelstaten te laten uitgeven aan zaken die de burger niet nodig heeft. “Ceci n’est pas un parfum de crise”, zoals Magritte het aan Francis Delpérée zou uitdrukken om eigenlijk te bedoelen: “ceci est une crise de système”. De Koning bindt zich beter goed vast aan zijn troon.

De Belgische staat lijkt wel op zijn grondvesten te daveren in het licht van de huidige politieke crisis. Titels zoals informateur, formateur en bemiddelaar alsook oude krokodillen die het land moeten redden zijn nagenoeg opgebruikt. Rots in de branding voor het Belgisch Koninkrijk blijkt “verkenner” Herman Van Rompuy te zijn. Indien ook hij faalt, lijkt de toekomst onzeker voor de Belgische staat. Tenzij een tripartite nog een respijt geeft, maar dan volgt de nekslag in 2009.

De Standaard doet reeds een interessante oefening die moet schetsen hoe een splitsing praktisch zou verlopen, en figuren zoals Marc Reynebau worden gretig opgevoerd om te waarschuwen voor de grote hindernissen. Net zoals nog altijd de meerderheid van de Vlamingen lijkt ook De Standaard niet erg happig op het einde van België. Grotendeels vanuit een conservatieve reflex. Een gezonde en terechte reflex overigens. Politieke revoluties en grote veranderingen moet men sceptisch bekijken.

De Belgische staat is peperduur

Niettemin zouden de hindernissen en kosten van het niet-splitsen van het land wel eens hoger kunnen uitvallen dan die van de splitsing. Dat komt vooral door ongelooflijke kosten die de Belgische staat met zich meebrengt. Volgens een onderzoek van de ECB bedraagt de input-efficiëntie van de Belgische staat slechts 66%, waarover Trends bericht.

Dat geeft het percentage aan van de overheidsmiddelen die niet worden verspild. België scoort daarbij onder het Europees gemiddelde van 79%. Buurland Luxemburg haalt zomaar even 100%. Luxemburg, voorwaar een voorbeeld.

Volgens dit weliswaar gecontesteerd onderzoek verspilt de Belgische staat dus zomaar even 34% van haar middelen. Ook als de situatie niet zo dramatisch zou zijn als deze cijfers weergeven, is het voor iedereen duidelijk dat onze overheid niet het toonbeeld van efficiëntie is, om het zacht uit te drukken. Dat de hoofdoorzaak daarvan niet enkel de welvaartstaat is, die immers ook in andere Europese landen bestaat, maar in de eerste plaats de kost van de compromissen van Jean-Luc Dehaene en andere loodgieters, is duidelijk.

België kost dus te veel. Veel te veel. Zoveel dat de kost om het land niet te splitsen hoger uitvalt dan de grote inspanning die nodig zal zijn om het land op een ordelijke manier in twee of drie delen op te delen.

Burgers willen de splitsing

Dat laatste is niet langer een taboe. 40 tot 45% van de Vlamingen is op dit moment volgens verschillende peilingen voorstander van een splitsing. Een extreem hoog percentage voor zo’n radicale ingreep. De reden is duidelijk. De burger ziet in dat België bijeenhouden een verschrikkelijk hoge prijs vergt. Ook de internationale media zien er heil in: het meest gezaghebbende magazine ter wereld, “The Economist”, pleit voor een splitsing van het land: Belgium, time to call it a day. Sometimes it is right for a country to recognise that its job is done.

De financieringswet ondermijnt België

En dan is er nog dat ene in het publieke debat onderbelichte aspect van de Belgische kwestie: de financieringswet. De regeling die de verdeling van de middelen onder federatie en deelstaten voorziet. De versie van 1989 werd in 2001 met het Lambermont-akkoord aangepast. Het noodlijdende Franstalig onderwijs kreeg handenvol geld, en als tegenprestatie kreeg ook de Vlaamse deelstaat er enorm veel middelen bij. Met als gevolg dat de deelstaten op dit moment zwemmen in het geld. Zelfs de PS-regeringen in Franstalig België slagen erin om een begroting in evenwicht te bereiken, wat als ultiem bewijs kan gelden. Tegelijk komt het water aan de lippen van de federale overheid. En daar wringt het schoentje.

De federale overheid heeft immers vitale schulden aan de Belgische burger. Pensioensschulden en sociale zekerheidsschulden. Veel van het geld dat de Belgische belastingsbetaler hiervoor heeft bijgedragen aan de federale overheid wordt doorgestort naar de deelstaten. Waar het op hooghartige wijze verspild wordt aan zaken waar de burger niet om gevraagd heeft, maar die wel snel electoraal gewin opleveren voor politici, zoals gratis openbaar vervoer voor 65-plussers.

Even recapituleren: de Belgische staat rooft jaarlijks 49% van de rijkdom van haar onderdanen. Daarmee heeft België de derde hoogste belastingsdruk ter wereld, na Zweden en Denemarken. 34% van die middelen wordt echter verspild, en de voornaamste reden hiervoor is de hoge kost van de compromissen om Vlamingen en Franstaligen bijeen te houden in één staatsentiteit. En passant worden nog eens de meest vitale zaken in tijden van vergrijzing, zoals pensioenen en sociale zekerheidsuitkeringen, verwaarloosd, door gelden hiervoor bedoeld door deelstaten te laten uitgeven aan zaken die de burger niet nodig heeft. “Ceci n’est pas un parfum de crise”, zoals Magritte het aan Francis Delpérée zou uitdrukken om eigenlijk te bedoelen: “ceci est une crise de système”. De Koning bindt zich beter goed vast aan zijn troon.

Een internationale stijging van de rente kan de nekslag aan België geven

We durven nauwelijks een voorspelling te maken wat er gebeurt indien ook het internationale aspect om de hoek te kijken. De subprime-crisis heeft in de V.S. de vastgoedluchtbel doorprikt die door de Federal Reserve was gecreëerd om de pijnlijke gevolgen van de vorige uiteengespatte internetluchtbel van 2000 te helpen uitstellen. Het is nog niet duidelijk wat de reactie van de Fed en de ECB op deze subprime-crisis zal zijn, maar duidelijk is dat er veel verzet is om opnieuw artificieel de rente lager te sturen.

Bovendien kan de Fed ook niet oneindig crisissen blijven oplossen door geld bij te drukken, want dan komt de dollar, die nu al in vrije val lijkt, helemaal onder druk als reservemunt voor de wereld. Bij gebrek aan alternatief, en met een overvloed aan overheden die maar al te graag de eigen munt de dieperik in helpen door geld bij te drukken, kan de dollar zijn positie sowieso nog een tijd houden, maar zeker is dat artificieel de rente verlagen niet zo makkelijk meer zal kunnen als in de jaren ’90. The party is over.

De jaren ’90: de jaren van Dehaene, die door belastingsverhogingen en - beperkte – besparingen en privatiseringen het Belgische overheidstekort van 130% verminderde. De jaren waarin hij hierbij geholpen werd door de lage rente. Die dus meer dan waarschijnlijk zal stijgen in de komende jaren. En wel eens de trigger zou kunnen worden om het ultieme zetje tegen de Belgische constructie te geven. Bij rentestijgingen kan de federale overheid het wel helemaal schudden, wil het de interesten op de nog steeds zeer hoge staatsschuld voldoen.

Kleine staten zijn rijke staten

Een vereenvoudiging van de instellingen om zo de kost van de instellingen te verminderen is de enige oplossing voor dit alles. Theoretisch kan een nieuw unitarisme hiervoor zorgen. Politiek is dit echter niet haalbaar. Enkel een splitsing lijkt voor de zo noodzakelijke fundamentele vereenvoudiging en dus grote kostenbesparing te kunnen zorgen.

En eigenlijk is dit logisch. Grote staten zijn log en duur. Kleine staten, op maat van de volkeren die er wonen, zijn meer wenselijk. Dat toont alvast een onderzoek aan van economen Spolaore en Alesina. Kleine staten zijn rijke staten, zo stellen ze.

Zoals Frans Crols in dit bijzonder lezenswaardig pleidooi voor een onafhankelijk Vlaanderen de twee economen Spolaore en Alesina citeert, mag het duidelijk zijn dat hun analyse perfect op de Belgische kwestie kan worden toegepast:

“De kosten van de heterogeniteit/rommeligheid van een land kunnen dermate hoog oplopen dat de burgers van een homogener subgedeelte besluiten de kosten te drukken door samen een lower cost country te stichten gebaseerd op meer samenhang, meer sociaal kapitaal, beter overleg, minder ruzie, minder tijdverlies.”

Kleine staten zijn open multiculturele staten

Kleine staten zijn rijke staten, maar kleine staten zijn ook open staten. Een onafhankelijke republiek Vlaanderen zou geen bekrompen land zijn, maar zou zich integendeel als huidig centrum van Europa nog meer naar buiten kunnen openen. Allereerst door de vennootschapsbelasting te verlagen zoals in Ierland is gebeurd. Op dit moment is Ierland hierdoor het tweede rijkste land ter wereld (per capita ), en is het meer en meer een multiculturele smeltkroes aan het worden.

Een onafhankelijk Vlaanderen zou ook de politieke mogelijkheden geven om uitkeringen te beperken in de tijd en een aantal andere rationaliseringen door te voeren, die het fenomeen van de uitkeringsmigratie, zoals Derk-Jan Eppink dit noemt, aanpakken. Dat dit het samenleven en de integratie ten goede zou komen, omdat er bijvoorbeeld geen Marokkaanse bejaarden meer zouden komen via gezinshereniging om hier van hun oude dag te genieten op kosten van de Belgische sociale zekerheid, is al te duidelijk. In een vrij land is migratie een wezenlijk en welkom onderdeel van de samenleving, maar komen en gaan migranten enkel in de mate dat dit economisch draagbaar is.

Situaties zoals nu in België, waar op aansteken van de PS mensen in sociale getto’s en werkloosvallen afhankelijk worden gehouden, zouden in een kleinere staat moeilijker houdbaar zijn. Wie voor integratie is, moet dus het land kleiner willen maken.

Een splitsing en een onafhankelijk Brussel zijn praktisch mogelijk

De vraag dringt zich dan op hoe de Belgische splitsing dan concreet moet verlopen. Onvermijdelijk wordt de Vlamingen dan weerspiegeld dat “wij” (de Vlamingen) Brussel zouden verliezen. Dit is een sofisme van formaat. Brussel ligt naast Vlaanderen en zal dat altijd blijven. Het is nu reeds sociologisch een ander land, maar dat belet niet om er naar toe te gaan en er economisch mee verweven mee te zijn.

Vlamingen zullen niet slechter af zijn indien Brussel een onafhankelijke staat wordt. Een onafhankelijk Brussel zou in de eerste plaats op zoek moeten naar inkomsten. In de eerste plaats zou dan het peperdure Brusselse systeem van besturen worden hervormd. Gedaan met de opdeling Gewest – VGC – Cocof - GGC. Eén bestuur. Gedaan ook met bepaalde baronietoestanden die in gemeenten bestaan. Gedaan wellicht ook met de overbelasting van het Brusselse wegennet, dit door het invoeren van een “congestion charge” zoals in Londen of Milaan. Eventueel kan een belasting worden ingevoerd voor buitenlanders die er werken (Vlamingen, Europese ambtenaren), maar Brussel zal niet zover kunnen gaan als het wil, want vitale infrastructuur voor Brussel ligt op Vlaams grondgebied (luchthaven, ring, spoor) en Europese ambtenaren kunnen perfect verhuizen naar Straatsburg of ergens anders indien Brussel zijn hand overspeelt. Vlaamse Brusselaars zouden daarom ook moeten worden gerespecteerd, en misschien zijn ze door een onafhankelijk Brussel wel beter af, zoals Vlaamse Brusselaar André Monteyne schrijft in “De stadstaat Brussel en de Vlamingen”.

Andere issues zouden de minderhedenproblematiek zijn (de Franstaligen in de rand), de verdeling van de diplomatieke assets van België en de verdeling van de staatsschuld. Geen makkelijke zaken, maar er is een compromis over mogelijk.

Luxemburg is het voorbeeld

Luxemburg is kleiner dan Brussel, en heeft ook Europese instellingen. Luxemburg is klein, rijk (het rijkste land ter wereld per capita), een belastingsparadijs. Luxemburg is een voorbeeld voor Brussel, Wallonië en Vlaanderen. Een opsplitsing van het land in twee (Vlaanderen en rest-België met Wallonië en Brussel) of drie delen (Vl-Wal-Bru) zou tot meer fiscale competitie aanleiding geven (de beroemde “race to the bottom”: minimaal betalen aan de overheid voor maximale dienstverlening), tot meer verantwoordelijk bestuur dicht bij de burger, tot het einde van de macht van de corrupte PS, die veel Vlaams geld zou verliezen.

In Wallonië zou de verticale as Waals-Brabant-Namen-Luxemburg het laken naar zich toe halen en eindelijk de broodnodige hervormingen doorvoeren die nodig zijn voor de oude industriebekkens in het Westen en het Oosten van het land. De verzwakte PS zou enkel kunnen toekijken hoe haar macht ineenstort, haar pionnen worden berecht en de burgers van Wallonië zich bevrijden van haar verstikkende wurggreep om zo op langere termijn tot een tweede Luxemburg uit te groeien.

Misschien zouden Brussel en Wallonië als rest-België wel samen voortdoen. Het lijkt mij vanuit de redenering van Spolaore en Alesina geen goede zaak voor hen, maar ook dat zou al een verbetering zijn ten opzichte van de huidige situatie.

Op naar de splitsing van Vlaanderen

In Vlaanderen zou de nieuwe grote uitdaging zijn om fors te gaan snijden in het ambtenarenapparaat en het oerwoud aan Vlaamse regelgeving. Dat ook Vlaanderen bovendien beter af zou zijn met kleinere gedecentraliseerde entiteiten, is zeker. West-Vlaanderen, stad Antwerpen en Limburg vormen als Vlaamse regio’s waar een sterke eigen identiteit bestaat evidente kandidaten hiervoor. Is het niet voor volledige onafhankelijkheid, dan misschien als vennootschapsbelastingsvrije zones. Na de splitsing van het land geldt: “l’imagination au pouvoir”.

Last but not least zou de splitsing van ons land ook een mokerslag zijn voor diegenen die de Europese Unie willen doen evolueren naar een corporatistische superstaat waar overregulering en bureaucratisering aan de orde van de dag zijn en een artificieel Europees semi-racistisch natiegevoel wordt gepropageerd gericht tegen onze Amerikaanse vrienden en Aziatische handelspartners. Een opsplitsing van de macht in het hart van de Europese Unie zou een mooie stap vooruit zijn op weg naar een vrije wereld met kleine als bedrijf bestuurde staten die vrij handel drijven in vrede.

augustus 10, 2007

CD&V ontloopt haar verantwoordelijkheid (cleppe.be)

Ingedeeld onder: België, Regeringsonderhandelingen — raemdoncknicolas @ 9:15 pm


De verkiezingen liggen vandaag precies twee maanden achter de rug en van een nieuwe regering is nog geen schijn te bekennen. Het mag duidelijk zijn dat dit komt door de grote klap die de PS, een belangrijke speler in het Belgisch corporatistisch establishment, heeft gekregen. Voor het eerst sinds de invoering van het algemeen stemrecht in 1918 zijn de socialisten niet de grootste partij in Wallonië. Indien rooms-rood mogelijk was geweest, zoals Yves Leterme had gehoopt, waren de krantenkolommen met de voorstelling van de nieuwe ministers al verschenen. Dat is zeker.

Nog maar weinig zaken zijn verworven als akkoord in de onderhandelingen: het principe van een belastingsverlaging, een verhoging van de uitkeringen, een begrotingstekort (horesco referens!) en het langer openhouden van de kerncentrales.

De kern van het probleem zit bij CD&V: aangezien ze een klassieke centrumpartij is, is haar grootste vrees dat de coalitiepartners zouden scoren. Daarom transformeert de partij bij de onderhandelingen met de liberalen in een ACW-bolwerk van het ergste soort. Waardoor misschien zal blijken dat met de PS meer belastingen zullen zijn verlaagd dan met CD&V. Alle liberaal denkende CD&V - kiezers zullen een dolk in de rug ingeplant krijgen.

Nochtans neemt CD&V hiermee een zware verantwoordelijkheid op de schouders. De PS heeft een historische nederlaag geleden. Het is de morele verantwoordelijkheid van éénieder om nu eens schoon schip te maken en vooreerst de moordende belastingsdruk in België sterk af te bouwen, gefinancierd met een grote uitgavenvermindering, vooral dan door het aantal ambtenaren drastisch te laten dalen. Naast nog andere dringende zaken.

Anders dan de VLD in de voorbije 8 jaar, heeft CD&V wel degelijk het electorale gewicht om een aantal levensnoodzakelijke hervormingen waartoe al een aanzet werd gegeven nu eens helemaal door te drukken. De PS is weg en kan zich dus niet langer verzetten tegen Copernicus bis, administratieve vereenvoudiging in sociale en fiscale materies of vermindering van het aantal ambtenaren. De VLD had in de eerste regering-Verhofstadt te kampen met maar liefst vier tegenstanders van fundamentele hervormingen (PS, sp.a, Agalev en Ecolo) en één lauwe medestander (MR). In de tweede regering-Verhofstadt was het electoraal gewicht van de VLD niet veel groter dan dat van de PS, wat beperkingen meebracht. Bovendien was de oppositie (CD&V, Vlaams Belang) ook niet van die aard om veel aan te dringen op dergelijke hervormingen.

Nu liggen de kaarten helemaal anders. CD&V heeft groot electoraal gewicht en zou dus veel hervormingen die haar kiezers effectief ondersteunen makkelijk kunnen doorduwen. Het heeft in de VLD en MR coalitiepartners die vragende partij zijn voor hervormingen. Enige tegenstander zou de kleine partij cdH zijn. Indien die partij zich echter zo economisch onvolwassen blijft opstellen (met pleidooien voor hogere belastingen als voorlopig meest krankzinnige voorstel), is het misschien beter om Madame Milquet en haar kliek te vervangen door Ecolo. Ecolo zit niet in de deelstaatregeringen met de PS en kan het zich dus beter permitteren om de PS tegen de haren in te strijken. Bovendien staat Ecolo meer open voor bepaalde zaken, zoals bijvoorbeeld vereenvoudiging van de administratie, aangezien die partij veel minder deel uit maakt van het Belgisch corporatistisch belangenapparaat dan cdH. Nog belangrijker is dat Ecolo veel won in de verkiezingen en dus makkelijker kan toegeven dan cdH, dat status quo bleef en zich existentiële vragen mag beginnen stellen bij een eventuele nederlaag na machtsdeelname.

Laatste voordeel dat CD&V heeft is de liberale zweeppartij Lijst Dedecker die vanuit de oppositie druk op de ketel kan zetten voor hervormingen, wat niet onbelangrijk is om vakbonden en andere belangengroepen tot toegevingen te dwingen.

Echter ontloopt CD&V tot nu toe volstrekt haar verantwoordelijkheid. In de nota’s van formateur Yves Leterme wordt bijzonder weinig aandacht besteed aan de hervormingen die het land van het verstikkende staatsjuk moeten bevrijden, en waar de mainstream in Vlaanderen nochtans al meer dan twintig jaar op hamert.

Bovendien is over het communautaire luik zelfs nog minder beweging te merken, hoewel dat niet op conto van CD&V mag worden geschreven, maar het de Franstalige partners zijn die hier met vuur spelen. De kern van het communautaire dossier is budgettair. Op dit moment krijgen de deelstaten te veel geld voor de taken die ze hebben en verspillen zij naar hartelust de zuur verdiende centen van de burgers. Waarna ze zich op de borst kloppen geen begrotingstekort te hebben. De oplossing is overduidelijk voor iedereen: de deelstaten moeten stoppen met hun onzinnige uitgaven en moeten integendeel via een staatshervorming de vergrijzingschulden (en dus de sociaal-economische bevoegdheden pensioenen, gezondheidszorg en kinderbijslagen) overnemen van de federale overheid, die anders onherroepelijk failliet gaat, wat een ramp zou zijn voor de vele belastingbetalers die zo lang hebben bijgedragen voor pensioen en sociale zekerheid, en hier ook op rekenen. De tijd waarin de deelstaten de vergrijzingsfondsen door ramen en deuren naar buiten gooien, moet stoppen.

CD&V moet de koe bij de horens vatten: er moeten grote hervormingen op fiscaal, administratief en sociaal gebied komen. De Franstaligen moeten stoppen met “non” zeggen en moeten akkoord gaan om de vergrijzingschulden van de federale overheid naar de rijke deelstaten over te brengen. Indien dit niet gebeurt, blijft Open VLD misschien beter uit een regering die niet van de afwezigheid van de PS profiteert, en moet de PS maar terugkomen, zodat in 2009 de christendemocraten liefst bijzonder zwaar worden afgestraft voor hun nalaten.

januari 27, 2007

Protocollaire functie zal probleem-Filip niet oplossen (Hoegin)

Prins Filip van BelgiëDe storm rond prins Laurent was nog niet goed gaan liggen, of prins Filip zorgde verleden woensdag voor een nieuwe door Yves Desmet en Pol van den Driessche eens goed de levieten te lezen tijdens een receptie. Dat een koningshuis niet meer van deze tijd is kon eigenlijk niet beter onderstreept worden, maar de «democratische» partijen zoeken de oplossing in een omvorming van de functie van de koning naar een louter protocollaire. Maar lost dat het probleem-Filip eigenlijk wel op?

Eerste enkele vaststellingen rond de hele heisa. Het Vlaams Belang staat geboekstaafd als een niet-democratische partij, maar merkwaardig genoeg is het voor zover ik weet de enige partij die op dit punt een waar democratisch standpunt inneemt: de monarchie is niet meer van deze tijd, en zou beter afgeschaft worden dan omgevormd. Of zou ik de betekenis van het begrip «democratie» niet goed begrepen hebben?

Tweede vaststelling: Elio di Rupo herhaalt nog eens dat het nu het ogenblik niet is om een debat te voeren over de rol van het Belgische koningshuis. Ik citeer hem letterlijk:

Iedereen moet sereniteit aan de dag te leggen en niet meer spoorslags reageren. Zowel de pers als het koningshuis moet worden gerespecteerd in functie van hun constitutionele rol.

Amper twee weken geleden zei hij nagenoeg hetzelfde naar aanleiding van de rel rond Laurent. Het is dus duidelijk deze nieuwe affaire misschien wel opnieuw slechte PR is voor het koningshuis, maar fundamenteel de belangen van de PS niet in gevaar brengt, en dus wat hem betreft geen reden is om ook maar iets te veranderen. Het Zweedse model blijft dus voorlopig verder werken. De uitspraak van Laurette Onkelinx gaat eigenlijk in dezelfde richting:

Misschien moeten we de grondwet aanpassen om daar ook voor de prins, zoals voor de koning, een duidelijk statuut met rechten en plichten in te bouwen.

De wakkere lezer zal opmerken dat zij helemaal niet voorstelt de functie van de koning te wijzigen.

En daarmee komen we bij het statuut van de koning. Johan vande Lanotte, hoogleraar grondwettelijk recht in zijn vrije tijd, stelt bijvoorbeeld dat «als de prins niet dringend beseft dat de grondwettelijke monarchie in ons land niet op deze manier werkt, […] de discussie over een protocollaire functie van de koning dichterbij [komt]». Maar wat is vandaag de functie van de kroonprins? Formeel staat die niet in de Grondwet ingeschreven, maar in de praktijk is ze vrijwel uitsluitend protocollair. Veel meer dan hier en daar wat lintjes doorknippen en handelsmissies opfleuren door zijn aanwezigheid (nou ja) doet hij niet. En toch duikt er met de regelmatigheid van de klok een probleem op. Hoe een formele louter protocollaire functie van de kroonprins, ingeschreven in de Grondwet, het incident van woensdag had kunnen verhinderen ontgaat me volledig.

De conclusie is dan ook dat een hervorming van het statuut van de koning geen oplossing is, en dat op dit ogenblik prins Filip zelf misschien wel de grootste bedreiging vormt voor het voortbestaan van België. Hij steekt daarmee in zijn eentje ruwweg één miljoen kiezers van het separatistische Vlaams Belang ferm de loef af. En het is mogelijk dat Elio di Rupo zich op middellange termijn pijnlijk vergist als hij het debat over de functie van de monarchie blijft vooruitschuiven. Blijft prins Filip voor controverses zorgen aan het huidige tempo, namelijk één of meer per jaar, dan zal er nooit sprake zijn van een periode van sereniteit om het debat te kunnen voeren. Voeg daarbij de verkiezingskalender (federale verkiezingen in 2007, regionale en Europese in 2009, daarna weer federale in 2011 gevolgd door lokale in 2012), en het is duidelijk dat er voor een fundamentele discussie over de monarchie de eerste vijf jaar geen tijd zal zijn. Daarna trouwens ook niet.

En ondertussen wordt koning Albert II er natuurlijk niet jonger op. De dood van koning Boudewijn kwam als een donderslag bij heldere hemel, en Albert II is net als zijn broer een hartpatiënt. Bovendien wordt de man dit jaar 73 jaar, en zal in 2014 zijn 80ste verjaardag vieren. Als persoon wens ik hem dat natuurlijk van harte toe, maar de vraag is hoe lang hij zijn taak als koning effectief zal kunnen uitvoeren. Het zou dus wel eens kunnen dat de PS sneller dan haar lief is geconfronteerd zal worden met een koning Filip, waarna het debat over de functie van de monarchie alleen maar moeilijker zal worden, al was het maar omdat precies de man die het probleem vormt dan op de troon zal zitten.

januari 26, 2007

Kosovo, Vlaanderen en België (Hoegin)

Ingedeeld onder: Ahtisaari | Martti, België, De Croo | Herman, Kosovo, Servië, Vlaanderen — raemdoncknicolas @ 8:44 pm

Martti AhtisaariOp een besloten vergadering in Wenen heeft VN-bemiddelaar Martti Ahtisaari zijn voorstel voor het toekomstige statuut van Kosovo uit de doeken gedaan. Volgens een diplomaat die anoniem wenst te blijven biedt de VN Kosovo een grondwet en een leger aan, en bovendien de mogelijkheid lid te worden van internationale organisaties. Het woord «onafhankelijkheid» komt echter niet in het plan voor.

Het voorstel betekent dat Kosovo in grote mate de facto onafhankelijk zal zijn, zij het met enkele belangrijke voetnoten. Zo zou er in de hoofdstad Pristina een missie van de Europese Unie komen met een speciale vertegenwoordiger die veto’s kan uitspreken tegen wetsvoorstellen en andere beslissingen, en de mogelijkheid zal hebben ambtenaren te benoemen of te ontslaan.

Het plan zou kunnen rekenen op de steun van de EU en de VS, maar Rusland ligt dwars. Het dreigt ermee het plan in de Veiligheidsraad te kelderen indien er afspraken gemaakt worden die niet naar de zin van Servië zijn. Bovendien stuurt het aan op vertragingen, ondermeer met de eis dat verdere besprekingen moeten wachten tot er een nieuwe Servische regering gevormd is. Kort en goed komt het erop neer dat Rusland de mening toegedaan is dat elke wijziging aan het statuut van Kosovo ook door Servië goedgekeurd moet worden, terwijl de EU en de VS eerder geneigd zijn de Kosovaren een zo groot mogelijk zelfbeschikkingsrecht toe te kennen.

Dat laatste puntje is bijzonder relevant voor Vlaanderen, en kan gemakkelijk gekoppeld worden aan de docu-fictie van de RTBf van december verleden jaar. Alleen een Herman de Croo waagde het toen nog de stelling te verdedigen dat het Vlaams Parlement niet bevoegd zou zijn de onafhankelijkheid uit te roepen. Wat Kosovo betreft schaart België zich achter het Europese standpunt, met een de factoonafhankelijkheid voor de provincie dus, en zal daarover ook uiterlijk over enkele maanden kleur moeten bekennen in de Veiligheidsraad. Het Kosovo-plan van Martti Ahtisaari zal er waarschijnlijk ter stemming klaar liggen zo rond de tijd dat er in België een nieuwe communautaire ronde aan de gang zal zijn.

januari 14, 2007

Het Zweedse model in België (Hoegin)

Eén van de Lakense blauwbloedigen is er weer eens in geslaagd zich danig in de nesten te werken, en prompt duikt het Loch Ness van het Belgische monarchiedebat weer op: het «Zweedse model» waarin de koning slechts een ceremoniële functie heeft. Niemand vertelt er echter bij dat het Zweedse model in wezen in België reeds bestaat, en de laatste weken weer feilloos gewerkt heeft.

Hoe ziet het befaamde Zweedse model er eigenlijk uit? Koning Carl XVI Gustaf heeft geen politieke macht, en zijn taak bestaat bijgevolg vooral uit het ontvangen van ambassadeurs en het knippen van lintjes. Dat verloopt echter niet altijd even vlekkeloos, en in 2004 ontstond er nog een rel toen hij tijdens een staatsbezoek aan Brunei sultan Hassanal Bolkiah prees om zijn openheid. De officiële lijn van de Zweedse regering is echter dat het sultanaat van Brunei niet minder dan een dictatuur is, en de reacties in Zweden logen er dan ook niet om. Sommigen eisten zelfs dat hij troonsafstand zou doen, maar uiteindelijk ging de storm toch liggen.

De zaken zijn echter ingewikkelder dan ze in het Belgische debat voorgesteld worden. De Linkse Partij (Vänsterpartiet, v) dient bijvoorbeeld elk jaar in de Zweedse Rijksdag een motie in om de monarchie af te schaffen. Even trouw als die motie ingediend wordt, wordt ze ook weggestemd. Maar de Sociaal-democraten (Socialdemokraterna, s), die de afgelopen 75 jaar slechts 9 jaar in de oppositie zaten, hebben de republiek al sedert 1911 in hun partijprogramma staan. Hoe heeft het Zweedse koningshuis dit kunnen overleven?

Het antwoord is dat de sociaal-democraten en het koningshuis een stilzwijgend bestand hebben afgesloten: het koningshuis houdt zich ver van elke politieke uitspraak of inmenging, en in ruil daarvoor raken de sociaal-democraten niet aan het koningshuis. Dat laatste willen ze ook liever niet doen, uit vrees een aantal marginale kiezers te verliezen ter rechterzijde. Het Zweedse koningshuis is immers ondanks alles behoorlijk populair in Zweden, en met een kroonprinses als Victoria slaagt het erin ook de jongere generaties aan te spreken. Het voordeel voor het koningshuis is dan weer dat koning Carl XVI Gustaf zich hierdoor beter kan concentreren op zijn hobby’s (snelle raceboten en jachten, en in vroegere tijden ook mooie vrouwen), en bovendien de schijn niet hoeft op te houden dat hij zich zou interesseren voor politiek. En hij hoeft niet als voorlezer op te treden met middelmatige speeches die toch door de regering of de Eerste Minister geschreven werden.

De zaak is nu echter dat in het monarchiedebat het wezenlijke onderscheiden moet worden van het uiterlijke. Dat de koning in Zweden slechts een ceremoniële functie heeft is niet het wezenlijke, doch slechts de manifestatie van de kern van de zaak: dat het koningshuis en de belangrijkste politieke strekking in het land een stilzwijgend pact hebben gesloten waar beiden zich zo goed als mogelijk aan proberen te houden. Een uitschuiver hier en daar, zoals in Brunei, moet men daarbij soms al eens door de vingers kunnen zien. Projecteren we dit op België, dan blijkt dat het Zweedse model er al tientallen jaren van toepassing is. Laken leerde immers zijn lesje tijdens de Koningskwestie, en is sindsdien een alliantie aangegaan met de belangrijkste politieke strekking in België: de Franstalige socialisten van de PS. De abortuskwestie was wel degelijk een crisismoment, maar werd uiteindelijk opgelost op een manier waar beide partijen vrede mee konden nemen. Dat een derde-rangsprins als prins Laurent een scheve schaats rijdt is verder misschien wel vervelend voor de PR van Laken, maar in feite helemaal geen bedreiging voor de PS, en dus ook niet voor de monarchie. Meer zelfs, die scheve schaats komt deze keer zelfs zeer gelegen voor die partij als bliksemafleider voor wat er in Charleroi allemaal aan de hand is.

Ik ben er daarom dus van overtuigd dat, ondanks al het gekakel aan vooral Vlaamse zijde, de marine-affaire van prins Laurent geen bedreiging vormt voor de monarchie in België. Links Vlaanderen, van Jos Geysels tot Mathias de Clercq, geeft vandaag wel voor één keer te kennen dat het enerzijds wel principieel republikeins is, maar anderzijds ook pragmatisch monarchistisch, onderstrepend dat de monarchie nodig is om België in stand te houden. En daarmee ook de linkse machtsgreep op Vlaanderen, zwijgen ze erbij. En ze vergeten vooral niet te vertellen dat ze de koning persoonlijk ook een toffe peevinden, kwestie van hun kansen op een koninklijk lintje te vrijwaren en ooit nog een benoeming tot Minister van Staat niet mis te lopen (of in het geval van Jos Geysels: die benoeming niet te verliezen). Veel bedreiging voor de monarchie gaat van die bende onderkruipers, want wat kan je hen anders noemen, dus niet echt uit. Rechts Vlaanderen heeft in het debat evenveel te zeggen als in de politiek in België in het algemeen: zo goed als niets, wat hun argumenten ook mogen zijn. Komen we dus uit bij de Franstaligen, waar uiteindelijk enkel het woord van één man echt van belang is, namelijk dat van Elio di Rupo. Ik citeer:

Deze gebeurtenissen hebben zo’n belang gehad dat we in alle sereniteit moeten lessen trekken. We zullen moeten spreken over de evolutie van de monarchie, de dotaties… Dat moet gebeuren met de koning, de regering, het parlement en de partijvoorzitters. Maar daarvoor moeten we ook de nodige afstand nemen. De zaak is te belangrijk om overhaast af te handelen.

Hoeft daar verder nog een tekening bij? Het zou ten andere ook straf zijn: als corruptie werkelijk zo een zware zonde zou zijn, is er immers oneindig veel meer reden om de overheidsdotatie van de PS af te pakken dan die van prins Laurent. Om over terugbetalingen nog maar te zwijgen.

De conclusie is daarom klaar: zolang Laken alleen maar Vlamingen schoffeert of zich openlijk of omfloerst zorgen maakt over separatistische tendensen of «onverdraagzaamheid», is er geen vuiltje aan de lucht. Zelfs niet met een corruptieschandaal, zolang ze het maar niet zo bont maken dat zelfs de PShen zou moeten laten vallen. De beruchte passage in de kersttoespraak van enkele weken geleden was daarom ook niet meer dan een schuchtere poging om het eigen vel op eigen houtje te redden. De fundamentele redding en beslissing over hoe deze affaire zal aflopen kwam er daarom deze week pas met de bovenstaande uitspraak van Elio di Rupo: voorlopig verandert er niets, en het pact wordt in stand gehouden. Of hoe het Zweedse model de laatste weken wel degelijk gewerkt heeft. Al de rest was leuk om dagenlang de kranten te vullen, maar dan ook niet meer dan dat.